The-Lonely-Push-Biker

2006 Noorwegen

Landschappen.     De zwaarste fietstochten zijn in de provincies Hordaland en Rogaland van Zuid-Noorwegen te vinden. Provincie Vest-Agder heeft minder zware bergen, echter de heuvels en de internationale fietsroute Noordzee tussen Kristiansand en Egersund maken het fietsen in deze provincie zwaar. Het landschap in Zuid-Noorwegen varieert van heuvelachtige gebieden langs de Noordzee tot het ruige berglandschap in het binnenland en van unieke fjordenlandschap langs de kust tot de uitgestrekte hooggelegen, kale hoogvlakte. Wie bereid is om zwaarste bergen in de provincies Hordaland en Rogaland te bedwingen, fietst langs afgelegen plaatsjes, meertjes en bergtoppen op de hoogvlakte Hardangervidda. Toeristische autoweg RV 7 door de bergkloof naar Voringvoss levert schilderachtige plaatjes van het hoger gelegen Hotel Voringvoss en de gelijknamige waterval op. De fietsroute Rallarvegen leidt de fietser over gravelwegen langs het spoorlijn in een bergachtige landschap. De fietser trotseert de overgebleven sneeuwvelden op de hoogvlakte en maakt zich op voor de indrukwekkende afdaling met vele haarspeldbochten bij Vatnahalsen.
 
De fietser zal in Midden-Noorwegen minder toeristische gebieden aantreffen. De indrukwekkende variatie in landschappen hoeft men over het algemeen niet te verwachten. In de provincies Sogn og Fjordane en Oppdal liggen in het zuiden van Midden-Noorwegen en heeft één van de mooiste toeristische autoroutes in een uitgestrekte gletsjer- en berglandschap (Sognefjellvegen en Strynefjellvegen). De zwaarste bergpas van de buiten categorie (bij Galdighoppen, +1434m) bevindt zich in de provincie Sogn og Fjordane en is voor de niet-geoefende fietser niet éénvoudig te bedwingen. De bergrit van zeeniveau naar de top begint 5 kilometer na het passeren van het dorpje Fortune. De volbeladen fietsreiziger zal 1070 hoogtemeters in 14 km na vele tussenstops bedwongen hebben. Na deze zware bergétappe kan men direkt naar de beroemdste fjord van Noorwegen fietsen en raakt men onder de indruk van de steile Geirangerfjord tijdens de oversteek van Hellesylt naar Geiranger. Het plaatsje ligt ingesloten tussen de hoge bergtoppen en kan vanuit het noorden alleen via een bergpas bereikt worden. Degene, die de bergen (o.m. Trollstigen) tussen Geiranger en Andelsnes wil ontwijken, kan kiezen voor een alternatieve fietsroute langs de kust van Midden-Noorwegen. Afwisselingen in landschappen van de provincies More og Romsdal en Trondelag zijn na Kristiansund voor fietsers niet meer te bespeuren. De vele bergjes, bosrijke gebieden en eilanden voor de kust behoren niet meer tot de mooiste gebieden van Midden-Noorwegen. De provincie Trondelag heeft geen zware bergétappes, echter de zeer heuvelachtige gebieden tussen Kristiansund en Kyrksaeterora mag de fietser zeker niet onderschatten.
 
In de provincie Nordland kan elke reiziger zijn eigen ontdekkingsreis samenstellen, waarbij het landschap onderhevig is aan diverse veranderingen. De vele afwisselingen van kale, ruige bergachtige gebieden naar de kustgebieden met uitzicht op de vele eilanden zijn een verademening voor de fietsreiziger. Het noordelijk deel van de kustroute Kystriksveien (RV 17) gaat het landschap geleidelijk over in een bergachtig landschap, wanneer de fietser de provincie Helgeland binnenrijdt. Het uitzicht vanaf het reusachtige gat in de berg Torghatten behoort tot de toplocatie van Noorwegen vanwege een schitterende uitzicht op de vele eilandjes voor de kust. Het laatste deel van de kustroute zal de fietsreiziger van eiland naar eiland fietsen en zal hij/zij niet opschrikken van een een paar stevige bergbeklimmingen. De krachtige getijdestromen bij Saltstraumen verraden de sterke stromingen langs de kust van Nordland. De bergen van Lofoten vormen één lange muur in zee (de Lofoten Muur). De vele visrekken overheersen in sommige gebieden van Lofoten en Andoya. Degene, die niet langs de westkust van Andoya wil reizen, rijdt over kaarsrechte wegen in een uitgestrekte open vlakte.
 
In de noordelijkste gebieden van Noord-Noorwegen treft men veel open, kale vlaktes met rendieren. In de omgeving van Alta zijn bosrijke gebieden te vinden. Stevige beklimmingen zijn in Noord-Noorwegen te verwachten op het eiland Senja en de autowegen E6 en E69 van Sandnes naar de Noordkaap. De laatste 26 kilometers op de kale hoogvlakte naar de eindbestemming Noordkaap blijft voor elke fietser een mijlpaal in zijn/haar fietsreis. De vele schermen langs het traject beschermt het verkeer tegen vallende rotsblokken.
 
Bezienswaardigheden.     Toeristische wegen, aantrekkelijke steden en de meeste bezienswaardigheden liggen in Zuid-Noorwegen. Zelfs als men de grote historische steden Oslo, Bergen en Stavanger niet bezoekt, blijft Zuid-Noorwegen een aantrekkelijk gebied om in te reizen. De toeristische wegen RV 44 en RV 13 (Ryfylkevegen) laten de mooiste gebieden langs resp. de Noordzee en bergachtige binnenland zien. Eeuwenoude houten kerken zijn in veel dorpjes te vinden. In de omgeving van Stavanger mag men de 1,5 uur durende wandeling naar het hooggelegen rotsplateau Preikestolen (+604 m) niet missen. Het uitzicht op het fjordenlandschap, Lysefjord, doet elke wandelaar versteld staan en levert één van de mooiste vakantiefoto's op. Na een enerverende wandeling kan men vanuit Stavanger een boottocht langs het rotsplateau maken. Het gebied Flamsdalen is één van de toeristische gebieden van Noorwegen en biedt de reiziger diverse bezienswaardigheden. De treinreis van Flam met spoorwegmaatschappij Flamsbana naar het 800 meter hooggelegen Myrdal is één van de betere treinreizen in de wereld. Gestaag rijdt de trein door de vallei met spectaculaire watervallen naar de top en treedt een dramatische verandering in het landschap op. Een populaire toer 'Noorwegen in een Notedop' is de treinreis (Bergensbanen) van Oslo naar Bergen, hotel Stalheim, de boottocht door de Naeroyfjord en de eerder beschreven treinreis van Flam naar Myrdal. Deze toer laat indrukwekkende berg- en fjordenlandschappen zien en trekt veel buitenlandse toeristen aan, die niet veel tijd hebben om door Noorwegen te reizen. Een aanrader is de fietsroute 'Rallarvegen' van Haugastol naar Flam over de voormalige toe- en afvoerwegen langs de spoorwegen. In de maand juli liggen nog sneeuwresten op de hoogst gelegen delen van het traject (+1200 m) en de fietser kan zich opmaken voor veel loop- en duwwerk met de fiets over de grove gravelwegen. In de buurt van Vatnahalsen (+812 m) is de route langs het snelstromende waterval en de spectaculaire, zeer steile afdaling met veel haarspeldbochten het hoogtepunt van de fietstocht.
 
Eén van de meest bezochte toeristische attractie in Midden-Noorwegen is de boottocht van Hellesylt naar Geiranger door de Geirangerfjord met indrukwekkende watervallen. Langs de kust van Midden-Noorwegen leidt de mooiste autoweg van Noorwegen, Atlanterhavsveien, de toerist over  acht bruggen, die de eilanden met elkaar en het vaste land verbinden. De weg kan gevaarlijk zijn bij stormachtig weer en hoge zeegolven, die over het wegdek stromen. De steden Alesund en Trondheim hebben veel leuke bezienswaardigheden, die niet in een middag bezocht kunnen worden. Vanaf Fjellstua op de berg Mount Aksla heeft de toerist het beste zicht op het oude stadscentrum van Alesund, dat na de Tweede Oorlog volledig opgebouwd is volgens de Jugendstil architectuur. De toeristische trekpleisters in Trondheim zijn het gothische bouwwerk Nidaros Domkirke en de oude haven. In het zuiden van Midden-Noorwegen laat de toeristische autoroute Sognefjellvegen en Strynefjellvegende mooiste gletsjer-, fjorden- en berglandschappen van Jotunheimen Nationaal Park zien.
 
Concentratie van interessante bezienswaardigheden zal men in Nordland niet aan treffen. De impact van het zeewater op het zwakste punt van de berg ervaart de reiziger het best, als hij/zij in het reusachtige gat van de berg Torghatten staat. Het uitzicht op de vele eilanden voor de kust is uitstekend. De kustroute Kystriksveien leidt de fietser langs de zeer grote gletsjer (Svartisen) en af en toe langs verscholen prehistorische schilderingen. In nationaal natuurreservaat Svartisen (bij Furoy) kan iedereen vrij eenvoudig de gletsjer bereiken. Pittoreske vissersdorpje A en indrukwekkende uitzichten op de fjorden (o.m. Austnesfjorden) liggen langs toeristische autoroute Kongsvegen E10. Het Lofotr Museum bij Borg geeft een uitstekend tijdsbeeld van de Vikingperiode. De opgegraven en gerestaureerde Vikinghuis is voor veel wildkampeerders een ideaal achtergrondsplaatje. De belangrijkste toeristische activiteit van de stad Andenes is walvissafari. De weergaloze langzame duik van de walvis brengt de toeristen in vervoering en levert fantastische foto's op. Wie gebruikt maakt van de kustvaarder Hurtigruten, mag een bezoek aan het Hurtigruten museum in Stokmarkness over de kustvaart langs de noorse kust niet missen.
 
De grootste stad in Noord-Noorwegen is Tromso en heeft naast het gezellige stadscentrum veel bezienswaardigheden. Buiten de stad zijn er nauwelijks toeristische trekpleisters. De wandeling naar het noordelijkste punt van het Europese vasteland (Knivskjellodden) heeft de wandelaar op een zonnige dag een schitterende uitzicht op de rotsplateau Noordkaap. Degene, die in de zomer boven de poolcirkel reist, kan een boeiende zonsondergang in de noordelijke gebieden (Metfjorden, Steinfjord en Noordkaap) verwachten en beleeft lange zomerdagen.  Alta Museum heeft een paar wandelroutes langs prehistorische schilderingen op rotsformaties uitgezet, die de levenswijze van de voorouders uitbeelden.
 
Afgelegen gebieden.     Een afgelegen gebied in een modern land kenmerkt zich vaak door geen of slecht bereik op het mobiele telefoonnetwerk. In tegenstelling tot een land als Nieuw Zeeland is een overzicht van mobiel telefoonbereik niet nodig op de toeristische routes, omdat het slechtste bereik alleen in de afgelegen, bergachtige gebieden van Noorwegen liggen en zich beperken tot een relatief klein gebied. Op de internetpagina van Telenorge kan men wel het mobiele telefoonbereik in diverse gebieden opzoeken. De meeste routes door de bergachtige gebieden zijn in de regio’s Oppland, Hordaland en Rogaland, waarbij de afgelegen dorpen op een hoogvlakte of in het hooggebergte liggen. In de dunbevolkte gebieden en aan de kust van Nord-Trondelag, Troms, Finnmark en Nordland zal de fietser vaker last hebben van slechte bereikbaar op het mobiele telefoonnetwerk.
 
Andere kenmerken van een afgelegen gebied zijn een minimaal aanbod van alternatief vervoer en schaarste aan secundaire diensten (bankfilialen, fietswinkels, postkantoren, winkelcentra etc). De fietsreiziger zal met de schaarste aan bepaalde diensten in de afgelegen gebieden van Nordland en Noord-Noorwegen (Troms en Finnmark) rekening moeten houden, omdat de onderlinge afstand tussen bepaalde diensten niet op een normale fietsafstand van 80 kilometer in één dag liggen. De onderlinge afstanden tussen de steden, die een groot aanbod aan diensten voor de fietsreiziger kunnen bieden, kunnen meer dan 150 kilometer zijn, die een fietser niet even in één dag overbrugt.
 
Voor de bevoorrading aan drank en voedsel in Zuid- en Midden-Noorwegen hoeft de fietser geen rekening te houden met grote fietsafstanden, omdat in de kleine plaatsen op de route vaak een kleine supermarkt of tankstation aanwezig is. In de afgelegen gebieden van Noord-Noorwegen is het niet onverstandig om een grote dagvoorraad aan drank en voedsel aan te leggen. Een schaarste aan primaire diensten (tankstations, eetgelegenheden en supermarkten) langs de Europese autosnelwegen zijn vooral in de noordelijk gelegen gebieden van Troms en Finnmark in Noord-Noorwegen te vinden. In de buurt van deze autosnelwegen (E6, E8, E69) kunnen bepaalde diensten op een redelijke fietsafstand (< 50 kilometer) van elkaar liggen. Een uitzondering vormt het traject op de kale hoogvlakte tussen Alta en Skaidi of tussen Russenes en Kafjord, waar men daadwerkelijk voor meer dan 70 kilometer geen enkele supermarkt of tankstation langs de autowegen E6 en E69 zal aantreffen.
 
Services.     Kredietkaart (Mastercard of Visa) en veel geld kunnen in afgelegen gebieden uitkomst bieden bij betalingen in restaurants, winkels, campings of hotels. In de grote steden zijn bankfilialen, tankstations, diverse aanbod van winkels (fietswinkels, grote supermarkten) en diensten (touroperators, postkantoren, vervoersmaatschappijen) aanwezig, waar de fietser de verdere voortzetting van de fietstochten optimaal kan voorbereiden. In de afgelegen plaatsen is er vaak één supermarkt of tankstation aanwezig, waar men een beperkt aantal producten, voeding en drank kan kopen. In bijna alle plaatsen in Noorwegen kan de toerist ’s-avonds laat nog diverse boodschappen doen, echter secundaire diensten (bankfilialen, fietswinkels, postkantoren, winkelcentra etc) worden niet meer na 18:00 uur geboden.
 
Na Trondheim zal de fietser op weg naar de noordelijk gelegen gebieden van Noorwegen weinig fietswinkels tegemoet rijden, waardoor hij zich verplicht tot het opnemen van diverse reserveonderdelen (remkabels, remblokken etc) in de fietstassen of tot het uitvoeren van noodzakelijke fietsreparaties in de grote stad. In Zuid-Noorwegen zijn op de landelijke of internationale fietsroutes (Noordzeeroute) veel fietswinkels te vinden. In het drukke hoogseizoen verrichten deze fietswinkels veel reparaties, waardoor het uitvoeren van een fietsreparatie dagenlang op zich kan laten wachten. Veel fietsmonteurs zijn bereid voor de rondreizende fietsreiziger extra herstelwerkzaamheden aan de fiets te verrichten, waardoor de fietser vrij snel in staat is om de fietstocht verder voort te zetten.
 
Gradiëntverloop.     De zwaarste fietsroutes bevinden zich in Zuid- en Midden Noorwegen, omdat de fietser over een korte afstand relatief veel steile heuvels en steile kilometerslange bergflanken dient te bedwingen. Over een afstand van 100 kilometer kan de fietser verwachten dat hij minimaal 1200 hoogtemeters zal maken in heuvel- en bergachtige gebieden. De meeste routes door de bergachtige gebieden zijn in de regio Hordaland en Rogaland en leiden de fietser over de toeristische autowegen (RV 7 en RV13) naar de afgelegen Hardangervidda. Een fietstocht over de Hardangerhoogvlakte wordt voorafgegaan door een zeer lange klim, waarbij op zijn minst 1000 hoogtemeters gemaakt dient te worden. In de regio’s Sogn og Fjordane en Oppland zijn de langste steile bergflanken van Midden-Noorwegen te vinden, die zelfs voor een goed geoefende fietser een uitdaging vormen. Interessante bergritten zijn de toeristische autowegen Sognefjellvegen (RV 55), Trollvegen (RV 63), Aurlandsvegen en Strynefjellvegen (RV 258), waarbij een bedwinging van minimaal 800 tot maximaal 1434 hoogtemeters niet uitgesloten zijn. De vele haarspeldbochten op het traject verraden de zeer steile gedeeltes. De zeer heuvelachtige gebieden liggen langs de kust ten zuiden van Steinkjer en Trondheim in de regio Sud-Trondelag en vergen veel kortstondige inspanningen van de fietser. Vanaf Alesund tot Kristiansund zijn de relatief vlakke étappes te vinden, die te vergelijken zijn met de étappes op de vele eilandjes langs de hele kust van Zuid- en Midden-Noorwegen.
 
Over het algemeen kan men stellen dat in de regio Nordland de fietser minder inspanningen hoeft te verrichten, omdat de zwaarste bergritten tot een hoogte van vier honderd meter reiken en de opeenvolging van zware bergritten niet veelvuldig voorkomen over een afstand van vijftig kilometer. De wegen op de eilandengroep (Lofoten en Vesteralen) vertonen licht afwisselende gradientverloop en kan als relatief vlak beschouwd worden. De provincie Helgeland, dat ten zuiden in de regio Nordland ligt, heeft relatief vlakke wegen langs de kust, waarbij het gradientverloop afwisselt van heuvelachtig tot licht bergachtig naarmate men meer naar het noorden fietst. Degene, die vanaf Steinkjer de 650 km lange kustroute RV17 (Kystriksveien) fietst, verricht pas middelmatig zware inspanning in het noorden van de provincie Helgeland. Na Nesna volgen een reeks stevige korte bergbeklimmingen, waarbij de te bedwingen hoogtemeters variëren van 100 tot 350.

De Arctische autoweg E6 van Mosjoen tot Skaidi leidt de fietser in het bergachtige gebied van Nordland tot de open hoogvlaktes in Noord-Noorwegen en bevat op sommige stukken stevige beklimmingen. Middelmatig zware korte ritten over een bergflank bevinden zich ook in de noordelijke kustgebieden van Troms. De bergétappes in Noord-Noorwegen zijn niet te vergelijken met de zware ritten over de toeristische autowegen in Zuid- en Midden-Noorwegen. De zwaarste bergritten hebben een lengte van hooguit zeven à acht kilometer, waarbij de fietser nooit meer dan 400 hoogtemeters hoeft te bedwingen. Op weg van Skaidi naar de Noordkaap ontkomt men stevige korte klimmen niet en ervaart de fietser de harde stevige poolwind op de hoogvlakte van het eiland Mageroya als grootste tegenstander dan het gradientverloop van de autoweg.